neogene kwartair paleocene
QUARTENARY

Het Kwartair beslaat de tijdspanne van 2,588 Ma tot heden en is de jongste, bovenste of laatste onderverdeling van de era Cenozoïcum. Het volgt op het Neogeen en is onderverdeeld in twee tijdvakken of series: het Pleistoceen en het Holoceen. .
Gedurende het Kwartair is er sprake van een groot aantal ijstijden of glacialen, koude periodes waarin met name op het noordelijk halfrond vaak grote landijskappen ontstonden. De glacialen werden afgewisseld met interglacialen (relatief warme perioden tussen twee ijstijden) waarin het landijs zich weer terugtrok. Deze cyclische klimaatsveranderingen werden veroorzaakt door de Milanković-cycli. Het Holoceen, dat alleen de laatste 11.000 jaar beslaat, vormt in feite het laatste en nog niet beëindige interglaciaal waarin de Aarde zich nu bevindt. De ontwikkeling van opbouw en afbraak van ijskappen heeft zich niet of althans in veel mindere mate voorgedaan op Antarctica waarvan de ijskap sinds het Oligoceen met korte onderbrekingen vrijwel permanent aanwezig was. Tijdens het Kwartair was deze ijskap met zekerheid gedurende de laatste acht glaciaal/interglaciaal cycli permanent aanwezig. Met dertien cycli waarvan dat kan worden aangetoond wordt rekening gehouden (dat is tot en met M.I.S. 26). Van de Groenlandse ijskap is bekend dat deze in ieder geval tijdens het vorige interglaciaal, het Eemien (dat enkele graden warmer was dan onze tijd), aanwezig is geweest.
Het Kwartair kenmerkt zich verder door het uitsterven van vele plant- en diersoorten, door versnelde evolutie van bepaalde groepen zoogdieren en door grote migratiebewegingen van vele organismen, alle als gevolg van de grote klimaatwisselingen. Het Kwartair was ook de periode waarin de moderne mens verscheen, evolueerde en zich over de Aarde verspreidde.

>